Samen speuren naar tijdelijke woonplekken

post-img

Een bevestiging van het beeld, met hier en daar een extraatje. Dat is wat Twenterand heeft opgestoken van de kadastrale zoektocht naar plekken voor flexibel wonen. De provincie Overijssel helpt gemeenten speuren.

Die zoektocht verliep via de zogeheten locatiescan die het Kadaster speciaal voor dit doel ontwikkelde. Twenterand kon eraan meedoen dankzij een initiatief van de provincie Overijssel, meer specifiek het Aanjaagteam Woningbouw. Een welkom initiatief, zo blijkt: maar liefst 23 van de 25 Overijsselse gemeenten participeerden erin.

De provincie is zich dan ook bewust van de opdracht waar gemeenten voor staan: de woningnood de baas worden. Het adagium is ‘bouwen, bouwen, bouwen’. Waar dat niet vlot genoeg gaat, of waar de vraag naar huizen op termijn misschien wel weer afneemt, voorziet flexibel wonen in een behoefte. Dat gaat van de bouw van tijdelijke woningen tot het omtoveren van kantoorpanden in appartementen.

‘Mensen hebben recht op een fatsoenlijk onderkomen’

In Twenterand, met Vriezenveen, Vroomshoop en Den Ham als grootste dorpen, is de gemeenteraad op zoek naar huisvesting voor minimaal 250 arbeidsmigranten. Die verblijven nu vaak illegaal in verkamerde woningen of op campings. ‘Het is een lastige puzzel om die mensen een goede plek te bieden’, zegt Vera Leonhart, die deze puzzel in Twenterand tot haar takenpakket mag rekenen. ‘Huisvesting is in feite geen taak van de lokale overheid, maar we voelen ons verplicht om dit voor elkaar te krijgen.’ Leonhart vindt vooral het maatschappelijk aspect van de zoektocht van belang. ‘Je wilt immers niet, zoals we hier zeggen, terug naar de textieltijd. Mensen hebben gewoon recht op een fatsoenlijk, veilig onderkomen.’

Om dat te realiseren, is eerst een ander soort puzzel nodig: die van de zoektocht naar geschikte locaties voor flexwonen. ‘Dat is, behalve voor arbeidsmigranten, ook nodig voor wat andere doelgroepen’, weet ruimtelijk adviseur Niek Steenhagen. ‘Op dit moment natuurlijk Oekraïners. Maar ook jongeren, statushouders en mensen die op stel en sprong een dak boven hun hoofd nodig hebben – bijvoorbeeld omdat ze gaan scheiden.’

De locatiescan helpt gemeenten hun mogelijkheden voor flexwonen in kaart te brengen. ‘We filteren op criteria als eigendom, omvang, bestemming en gebruik van percelen grond’, legt Peter Merx van het Kadaster uit. ‘Dat doen we door negen databronnen aan elkaar te koppelen. Je ziet de resultaten direct op de kaart van een stad of dorp. Op deze manier krijgen gemeenten snel inzicht in potentiële plekken voor flexwonen.’

De locatiescan is geen puur dataverhaal

Maar, waarschuwt Merx: de locatiescan is geen puur ‘dataverhaal’. ‘Het Kadaster kan ruimtelijk inzicht geven, maar kent niet de sentimenten rond locaties. Wij weten niet of de buurt al eens bezwaar heeft gemaakt, of dat de gemeente op die plek moeilijk grond kan verwerven. De zoektocht naar ruimte voor flexwonen kent een groot onderliggend vraagstuk. In Nederland is elk stukje grond in gebruik. Als je het ene wilt, zul je het andere moeten laten. De locatiescan biedt dus eigenlijk een objectieve basis voor discussie.’

Om die reden staat de locatiescan dan ook niet op zichzelf. Een plek vinden voor flexwoningen is, hoewel belangrijk, slechts een eerste stap, weet ook de provincie Overijssel. In zogeheten versnellingskamers – een soort workshops – bespreken gemeenten daarom de uitkomsten van ‘hun’ locatiescan met deskundigen de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland, RVO.

De meest gestelde vragen die Matthijs van Gent en Annelies van der Nagel van RVO daar horen, draaien om de uitvoering, vertellen ze. Allereerst: welke locatie is het meest interessant om te ontwikkelen? Daarna: hoe rekenen we dit rond? ‘Het primaire belang van gemeenten is woonruimte creëren voor mensen die nu geen dak boven het hoofd hebben. Ontwikkelaars en woningcorporaties zijn zich natuurlijk ook bewust van die maatschappelijke taak, maar moeten meer oog hebben voor de businesscase, het verdienmodel en de onrendabele top’, zegt Matthijs van Gent.

‘Vertel mensen dat flexwonen ook voor de zoon van de buurman is’

De laatste belangrijke vraag draait om bewonersparticipatie. ‘Flexwonen stuit nogal eens op weerstand in de buurt’, aldus Matthijs van Gent. ‘Al was het maar omdat mensen iets kwijtraken: hun uitzicht, de hondenspeelplaats, noem maar op. Bovendien bestaan er veel misverstanden over flexwonen. Wij geven gemeenten tips om weerstand te voorkomen. Laat mensen zien dat flexwoningen er tegenwoordig keurig netjes uitzien. En vertel dat ze er ook zijn om de zoon van de buurman aan een eigen stek te helpen die op z’n 27-ste nog steeds thuis woont.’

RVO benadrukt dat flexwonen de vraag naar huizen sneller kan oplossen, maar geen doel op zich is. ‘Als je net zo snel permanente woningen kunt neerzetten, moet je dat overwegen’, meent Matthijs van Gent. ‘Tenzij je in een krimpregio zit natuurlijk. Je gaat niet bouwen voor toekomstige leegstand. Maar zet je in krimpgebieden flexwoningen neer, dan kan je die op den duur verplaatsen naar regio’s waar er nog wel behoefte aan is.’

Flexwonen kan Overijssel een paar honderd huizen opleveren

De combinatie locatiescan en versnellingskamer brengt het onderwerp flexwonen onder de aandacht of helpt specifieke problemen op te lossen. ‘Veel gemeenten zijn er mee bezig’, zegt Annelies van der Nagel. ‘Er liggen inmiddels locaties en ideeën op tafel voor een paar honderd huizen. Nu is nog samenwerking tussen gemeenten nodig. Daarmee kun je gemakkelijker vervolglocaties vinden en flexwonen financieel interessanter maken.’

Ook in Twenterand hebben ambtenaren inmiddels scherp voor ogen waar flexwonen potentie heeft. De locatiescan heeft vooral bevestigd wat Niek Steenhagen en Vera Leonhart al wisten, maar leverde hier en daar toch een extraatje op. ‘Waarschijnlijk vind je in steden meer verrassingen dan in een plattelandsgemeente als de onze’, denkt Niek Steenhagen. Toch zou Vera Leonhart de locatiescan wel meer willen inzetten. ‘Ik zou aan meer knoppen willen draaien. Bijvoorbeeld om te zien hoe het zit met milieuzoneringen.’

Het duo weet nog niet wanneer de plannen bij de kop worden gepakt. Niek Steenhagen: ‘Flexwonen ligt ook in de politiek best gevoelig. We zijn nu in afwachting van een nieuwe coalitie. Het is dus heel spannend wat er gaat gebeuren.’

Foto: De Groot Vroomshoop Bouwsystemen