In flexwonen zit toekomst, ook financieel

In flexwonen zit toekomst, ook financieel

Zonnig beeld met een houten huisje, daarnaast groeiende stapeltjes met munten. Uit elke stapeltje groeit een steeds groter wordend bloemetje

Tijdelijke huisvesting krijgt voet aan de grond in Nederland. Sterker: de krapte op de woningmarkt vergroot de kansen voor flexibel wonen – ook financieel.

Steeds meer partijen tonen interesse in flexibel wonen, kortweg flexwonen, betoogt Emile van Tuyl van productontwikkelaar Buro Mee. ‘De geesten zijn er rijp voor. Flexibel wonen is lang beschouwd als het onvermogen van de reguliere woningmarkt. Maar dat is voorbij. Flexwonen, zo begrijpen we inmiddels, is gewoon een ándere markt.’

Van Tuyl doet zijn uitspraak tijdens een online workshop over flexwonen, een zogenoemde inspiratiesessie, van het provinciaal aanjaagteam wonen van de provincie Overijssel en de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland, RVO. De sessie is vooral bedoeld voor beleidsmakers van gemeenten in Overijssel, en dan met name op het gebied van planeconomie en wonen. Veel Overijsselse gemeenten oriënteren zich momenteel op de mogelijkheden voor flexwonen, onder andere door samen met het Kadaster alvast naar geschikte plekken te zoeken.

Flexwonen is een blijvertje
Flexwonen – in tijdelijke woningen, op tijdelijke locaties, of in tijdelijk omgetoverde kantoor- en bedrijfspanden – is op dit moment sneller en langer mogelijk via de Crisis- en herstelwet.
Maar veel partijen geloven dat flexibel wonen meer is dan een instrument in crisistijd. Het is een blijvertje, zeggen ze. Het is niet voor niets dat flexwonen straks een eigen plek krijgt in de nieuwe Omgevingswet. Zolang vraag en aanbod – zowel kwalitatief als kwantitief – van permanente woningen niet in balans zijn, bestaat er een markt voor flexwonen.

Een van de hinderpalen die gemeenten nu nog tegenkomen, is de financiële haalbaarheid van tijdelijke huisvesting. Het is een dure oplossing, want de forse investeringen in infrastructuur, bouw en omgeving moeten in korte tijd worden terugverdiend. Dit zorgde in het verleden voor goedkope oplossingen als containerwoningen – een keuze die het imago van flexwonen geenszins ten goede is gekomen. Maar tijdelijke huisvesting is anno 2022 al lang niet meer te vergelijken met de armoedige containers van weleer. Modulaire bouwers zetten niet alleen aantrekkelijke woningen neer, ze richten meestal ook de omgeving op een prettige manier in. Zo ontstaan echte buurtjes die op meer draagvlak uit de omgeving kunnen rekenen.

Bouwen voor de korte termijn, denken op de lange termijn
Om dit soort huisvesting-voor-de-korte-termijn betaalbaar te maken, moeten gemeenten haar organiseren voor de lánge termijn, betoogt Emile van Tuyl. Het is bijna niet haalbaar om een goed ingerichte flexlocatie in vijftien jaar af te schrijven zonder in de rode cijfers te eindigen.

Voorheen lukte dat wel, omdat flexwonen vooral bedoeld was voor studenten, die aan een kamer van 20 vierkante meter genoeg hebben. Inmiddels is tijdelijke huisvesting bedoeld voor andere doelgroepen: asielzoekers, expats, mensen die in scheiding liggen, starters enzovoorts. Zij stellen niet alleen hogere eisen aan hun woning, maar ook aan hun leefomgeving.

Volgens Chris Dijk van modulair bouwer Modomo, ook aanwezig tijdens de inspiratiesessie, is juist daarom de locatie van tijdelijke huisvesting essentieel. ‘Investeren in architectuur en stedenbouw vergroot de levensduur van een project. En daarmee de waarde.’ Modomo wil flexwoningen neerzetten met een levensduur van vijftig jaar die meermaals verplaatsbaar zijn.

Zorg voor genoeg plek, en kijk ook eens bij de buren
Voorwaarde voor financiële haalbaarheid is dus vooral de beschikbaarheid van goede locaties. Flexwoningen die op de ene plek moeten verdwijnen omdat hun tijd ‘erop zit’, kunnen dan doorschuiven naar een volgende tijdelijke locaties. Die kan trouwens ook in een buurgemeente liggen – door samen te werken, vergroten gemeenten hun opties – en beperken ze hun financiële risico’s.
Een andere mogelijkheid om de restwaarde te verhogen, is om flexwonen mogelijk maken op locaties die in de toekomst permanent worden bewoond, zodat de investeringen in infrastructuur in feite voorfinanciering betreffen.

Flexwonen vraagt om een serieuze benadering
Dat vraagt dan wel om een serieuze benadering van flexwonen – wie niet wil investeren in kwaliteit, kan immers ook geen restwaarde verwachten. Van Tuyl ziet deze nieuwe markt steeds volwassener worden. ‘Er ontstaat al een tweedehands markt. Maar ik geloof ook in kansen voor beleggers met eigen bezit, die hun eigen product goed kennen en het passend kunnen maken voor de omgeving.’ Zo richt Modomo zich met zijn ‘Huur een buurt’-leaseconcept op huurwoningen in het sociaal en middensegment. Modomo verhuurt zijn woningen tien tot vijftien jaar aan woningcorporaties en verplaatst de woningen daarna naar een volgende locatie.

Daarnaast is, meent Emile van Tuyl, een actieve rol van de overheid belangrijk – niet alleen omdat zij grond in bezit heeft, maar ook omdat ze via garantiefondsen of gunstige leningen voor veilige financiering kan zorgen.

Meer informatie over flexwonen vind je op aanjaagteamwoningbouwoverijssel.nl. Heb je vragen? Mail dan naar aanjaagteam@overijssel.nl.

Foto: Nattanan Kanchanaprat